Research School for Socio-Economic and
Natural Sciences of the Environment
Research School for Socio-Economic and
Natural Sciences of the Environment

Frank Berendse (WUR): "Nu nuchter nadenken over een echte oplossing voor de Oostvaardersplassen"

Nu de ergste kou het land uit is en de actievoerders met hun balen hooi de Oostvaardersplassen hebben verlaten, is het de hoogste tijd dat we nuchter gaan nadenken over de toekomst van dit prachtige gebied, vindt Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer Wageningen University.

Frank Berendse pictureBestuurders en natuurbeschermers moeten nu echt de moed opbrengen om keuzes te maken die garant staan voor een breed maatschappelijk draagvlak en behoud van de uiterst waardevolle moerasnatuur.

In 1968 kwam de bodem van Zuidelijk Flevoland boven water. Het meest noordelijke stukje bleef het langste onder water. Begin jaren zeventig was hier, eerst bijna ongemerkt, een schitterend moerasgebied ontstaan. In 1981 werden 2400 hectare die wel waren ontwaterd, maar nog niet door de landbouw in gebruik genomen, aan het natuurgebied toegevoegd.

Het natte deel, het moeras, gaf ruimte aan tal van bijzondere vogelsoorten, omdat het open werd gehouden door grauwe ganzen, die toen nog zeldzaam waren. Voor het droge deel lag dat anders. Men vroeg zich af wat hiermee moest. In 1983 werden de eerste heckrunderen uitgezet. Het achterliggende idee was dat door begrazing een gevarieerd landschap zou ontstaan. Stekelige struiken zouden door de grote grazers worden gemeden. Onder bescherming van deze stekeldragers zouden groepjes bomen opgroeien zodat zich een parkachtig landschap kon ontwikkelen met een grote rijkdom aan vogels, vlinders en bloemen.

Jammer genoeg bleek de werkelijkheid heel anders. De runderen, paarden en herten hebben zich vermenigvuldigd en het droge deel van de Oostvaardersplassen volledig kaalgevreten. Langdurig onderzoek heeft laten zien dat de kans klein is dat hier ooit stekelige struiken of bomen zullen groeien.

Het is een droom die na dertig jaar niet is uitgekomen, en waarvan ieder jaar duidelijker wordt dat dat ook nooit zal gebeuren. Er is nu een desolate vlakte waar uitgemergelde dieren naar de laatste restjes voedsel zoeken, en waar alle bijzondere vogelsoorten inmiddels zijn verdwenen. Daarnaast is het gebied nauwelijks toegankelijk. Heckrunderen en loslopende toeristen gaan moeilijk samen. Een keer per week mag een klein groepje tegen forse betaling mee op fotosafari. Deze trips zijn al tot juli volgeboekt.

De maatschappelijke consternatie over de uitgehongerde dieren heeft een belangrijk negatief effect op het draagvlak voor natuurbescherming in Nederland. Los van de vraag of bijvoeren nu wel of niet verstandig is, moeten de emoties van de actievoerders serieus worden genomen.

Als we alle feiten onder ogen zien: de grandioze natuur in het natte moerasdeel, de sterk verarmde natuur in het droge deel, de slechte toegankelijkheid voor natuurliefhebbers en de heftige emoties, is de keuze niet heel moeilijk.

Het ligt voor de hand om de grote grazers elders onder te brengen. Verplaats de kaden om het lage moerasgebied, zodat ook het droge deel onder water komt. Er ontstaat dan een uitgestrekt moerasgebied van internationale allure, met een geweldige rijkdom aan vogelsoorten.

Zo’n moerasgebied is makkelijk toegankelijk te maken met een netwerk van vlonderpaden en vogelkijkhutten, zodat niet alleen een beperkt publiek, maar iedereen van deze grandioze natuur kan genieten. Van verstoring van vogels is geen sprake. Geen toerist zal het in zijn hoofd halen om het vlonder te verlaten om vervolgens weg te zakken in het moeras. De maatschappelijke consternatie is in één klap verdwenen, terwijl Nederland een nog belangrijkere bijdrage levert aan het herstel van Europese natuur en er een hecht draagvlak kan ontstaan voor de bescherming van de natuur in Nederland.

Bron: Trouw, 9 maart 2018

Link naar uitgebreider interview met Omroep Flevoland

Thursday 22 March 2018